Onteigening
Nu 2018 (het eindjaar van de EHS-doelstellingen) dichterbij komt, wordt de tijd korter om via een vrijwillig traject gronden te verwerven. Om de doelen op tijd te kunnen halen, sturen de provincies steeds vaker aan op het wettelijke traject: onteigening.
Bij onteigening krijgen de betreffende eigenaren (meestal boeren) volledige schadeloosstelling. Dat wil zeggen dat zij na verkoop van hun grond exact dezelfde inkomens- en vermogenspositie hebben als vóór de transactie.
Tot nu toe is gerechtelijke onteigening in Nederland door DLG slechts zeer zelden ingezet. Vooruitlopend op onteigening wordt vaak een minnelijk traject gestart. Dat wil zeggen dat beide partijen proberen in redelijkheid tot een goede transactie te komen, met onteigening als ‘stok achter de deur’. Die redelijkheid is trouwens bij alle transacties van belang; het gaat niet alleen om loven en bieden, maar ook om persoonlijke omstandigheden, impact van de verkoop, enzovoort. In een groot aantal gevallen wordt in het minnelijke traject overeenstemming bereikt.
Diverse provincies verwerven nu tot 10 procent via het instrument onteigening (minnelijk traject en daadwerkelijke onteigening). De verwachting is dat dit percentage met name in de westelijke provincies de komende jaren veel hoger wordt. Vooral in de Randstad hebben de provincies inmiddels diverse gebieden aangewezen waar onteigening wordt ingezet, als het vrijwillige traject is vastgelopen.
De WILG (Wet Inrichting Landelijk Gebied) biedt de dwingende mogelijkheid om bij herverkaveling in het kader van de EHS een korting van maximaal 5 procent toe te passen op de toedeling van grond. Agrariërs krijgen dan bij een verplichte herverkaveling een iets kleinere oppervlakte grond terug dan ze inbrengen in de verkaveling. Dit verschil in oppervlakte krijgen ze in geld uitbetaald. Door deze korting te gebruiken, is het niet nodig om bijvoorbeeld sloten of kleine landschapselementen te verplaatsen.